English
Home Sitemap Search Contact

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen gewichten en massa's  
Gewichten zijn massa stukken die voldoen aan wettelijke metrologie. De kenmerken van de wettelijke metrologie zijn vastgelegd in de wetteksten en in de normen uitgegeven door OIML (Internationale Organisatie voor WettelijkeMetrologie). Massa's daarentegen zijn alle stukken die niet kunnen ondergebracht worden bij wettelijke metrologie.
Men vindt ze terug bij Industriële en wetenschappelijke metrologie.
   
Kan de nauwkeurigheidsklasse van een gewicht gewijzigd worden?
De wijze waarop een gewicht gemerkt wordt, laat toe de nauwkeurigheidsklasse te wijzigen naar een grotere onzekerheid. Door het toevoegen van markeringen eigen aan iedere nauwkeurigheidsklasse. Men kan van een E2 gewicht perfect een F1 gewicht maken. Het is daarentegen niet mogelijk van een M1 gewicht een F2 gewicht te maken.
Aangenomen men de markering met een mechanische ingreep wijzigt, zijn er vele andere waarborgen die verkleining van de onzekerheid onmogelijk maken. We denken hier aan de grondstof keuze, de uitvoeringsvorm, de afwerkingsgraad. Een E2 gewicht met te ruw oppervlak, zal nooit voldoende stabiel zijn, wegens de onverwijderbare en onzichtbare residu's in de bewerkingsgroeven van het oppervlak. Elke reiniging geeft andere meetresultaten.
De toegestane afwijking is niet haalbaar.  

Moeten gewichten in een doos bewaard worden?
Gewichten zijn meetobjecten. F2 gewichten of beter raakt men nooit aan met de blote handen. Hiervoor zijn grijpdoek en pincet aanwezig. Gewichten worden verplaatst in een afsluitbare doos. Indien de gewichten steeds op dezelfde plaats gebruikt worden, maakt men gebruik van een glazen stolp. Het gebruikt van een opbergstolp doet de levensduur van de gewichten toenemen.

Na welke periode dient men gewichten te hercertificeren?
Deze periode mag niet bepaald worden door het kalibratielaboratorium. Deze periode is afhankelijk van de gebruikswijze van de gewichten door de klant, die beschreven in het kwaliteitshandboek. Men beoordeelt na één jaar de meetresultaten. De massadrift na deze periode zal een maat zijn voor de te kiezen periode. Zo de metingen resultaten opleveren die ruim binnen de toegestane onzekerheid blijven, kan men overwegen de kalibratie termijn te verdubbelen.
Indien de massa drift de toegelaten grens benadert dient het aanbeveling de gestelde termijn te halveren.
Geven aanleiding tot onmiddellijke herkalibratie, gevallen gewichten met zichtbare beschadiging, vervuiling, oxidatie, vingerafdrukken en andere. Elke reiniging betekent gewichtsverlies. 

Aanbrengen van extra kenmerken op een gewicht.
Voor de wettelijke metrologie is dit zondermeer verboden, ook voor industriële en wetenschappelijke metrologie is dit te zeerste af te raden. De beschrijving van het gewicht komt niet meer overeenkomt met het certificaat.
De graveringen veroorzaken aanzienlijk massa verlies. Geschilderde merken resulteren in een ontoelaatbare gewichtstoename. De toegelaten tolerantie is zeer snel overschreden. Alle merken worden op de doos aangebracht.

Maximaal toegestane fout van een controlegewicht toegepast voor controle of kalibratie
Waarde uitgedrukt in massaeenheden gebruikt voor classificatie en onderzoek van de instrumenten.
Dit is de toegestane fout voor één meting. Weeginrichtingen die geruime tijd intensief gebruikt worden, kunnen na kalibratie een andere ijkeenheid toegewezen worden.

Kleinst afleesbare aanduiding; Ook de deelwaarde, of minimum lezing 'd' genoemd. ‘e’ is meestal gelijk aan of een veelvoud van 'd'. De nauwkeurigheidsklassen toegepast voor balansen steunen zich hoofdzakelijk op het aantal schaaldelen 'n', en de maximaal toegestane belasting.
Als deling van de maximale last en de deelwaarde 'd' of de ijkeenheid 'e' (n=Max/d of n=Max/e)

    IIII 100 tot 1000 schaaldelen
    III   500 (50) tot 10 000 schaaldelen
    II    5000 (200) tot 100 000 schaaldelen
    I     100 000 (10) en meer schaaldelen

De waarden tussen haakjes gelden alleen voor bijzondere inrichtingen met uitzonderlijk lage maximale belastingen, of bijzondere toepassingen. De nauwkeurigheid van de toegepaste gewichten moet zo zijn dat hun werkelijke waarde, vermeerderd met de absolute waarde van de onzekerheid, kleiner is dan de waarde opgegeven in de tabel van de maximaal toegestane fouten van de nauwkeurigheidsklassen voor gewichten van OIML. De werkelijke waarde met bijbehorende onzekerheden kan men alleen vast stellen met een kalibratie. OIML naukeurigheidklassen worden onder andere gekenmerkt door de klasse aanduiding M1 F2 F1 E2 E1
  
Kalibratie van een weeginrichting
Het dient aanbeveling regelmatig, en zelf, Uw weeginrichtingen tussentijds te controleren, met gekalibreerde gewichten.
Gekalibreerd, omdat blinde controles of controles met kalibratie gegevens die drie jaar oud zijn, waardeloos zijn. 

Volgende controles worden aanbevolen: 

  1. Controle van de lineariteit van de aanduiding van de weeginrichting.
    Door vijf punten te controleren gaande van de maximale tot de minimale belasting.
    Bijzondere aandacht voor de waarden waarvoor de weeginrichting meestal gebruikt wordt.
  2. Controle van de excentriciteit van de belasting, of opzetfout.
    Meestal gebeurt deze controle op drievierde van de maximale belasting. Het buiten het centrum zetten van de belasting
    op de weegplaat, binnen de grenzen die aanvaardbaar zijn bij normaal gebruik.
  3. Controle van de herhaalbaarheid. Minsten 12 maal een zelfde last plaatsen, en dit voor meerdere nominale waarden.

Controle van de sprong van de uitlezing. Gebeurt de afronding door de uitlezing tussen 4 en 5 of tussen 5 en 6 kan dit als normaal aanzien worden. Gebeurt de spong echter tussen 7 en 8 of tussen 2 en 3, dan zijn er problemen.

De behaalde resultaten hoeven niet perfect te zijn. Het is aan de kwaliteitsverantwoordelijk te oordelen in hoeverre de vastgestelde fouten belang hebben in Uw kwaliteitssysteem.  Voor een echte kalibratie gaat men hoger vermelde proeven doen op een wetenschappelijke basis. En volgens de eisen gesteld in de overeengekomen normering.
Voor elke proef gebeurt de meting, uitgaande van een werkelijke waarde met een berekende onzekerheid en een gekend betrouwbaarheids coëfficiënt. In gecontroleerde klimatologische omstandigheden. Met gewichten die precies dezelfde temperatuur hebben dan de omgeving waarin de metingen plaats vinden.

SI basiseenheden
De definitie en de uitvoering van iedere basis eenheid wordt voortdurend aangepast aan de mogelijkheden en de stand van het huidig technologisch onderzoek. Dit voor het bekomen van hogere nauwkeurigheden.
Ze zijn arbitrair overeengekomen.
   
Voorbeeld 

De herdefinitie verbeterde de relatieve onzekerheid van 10-7 naar 10-11, of van 100 nano naar 10 pico.